Was getekend… de Limburg Biënnale (Odapark, Venray)

Afgelopen weekend opende de derde editie van de Limburg Biënnale in het Odapark (Venray) en in Marres (Maastricht). Begin dit jaar schreef de organisatie een open call uit, waarop ongeveer 1400 makers – van jong tot oud, kunstenaars en amateurs, afkomstig uit Limburg en daarbuiten – werk instuurden. Een achttienkoppige jury, waarvan alle leden professioneel kunstenaar zijn, selecteerde uiteindelijk 350 makers. Alle juryleden kregen een eigen ruimte in één van de twee musea tot hun beschikking, die ze zelf mochten inrichten. Het achterliggende concept, de criteria waarop de kunstwerken zijn geselecteerd, alsook de uiteindelijke inrichting van de ruimtes, verschillen daardoor onderling. Hierdoor ontstaan 18 ‘mini-tentoonstellingen’ waarbinnen de bezoeker een grote diversiteit aan kunstwerken te zien krijgt.

In de blog van vandaag ga ik in op de expositie in het Odapark en concentreer ik mij op enkele tekeningen die mij zijn opgevallen. Volgende week volgt de blog over de tentoonstelling in Marres. De tentoonstellingen geven geen uitleg of achtergrondverhaal van de kunstenaar. Naast dat de werken zijn ingebed in het concept van de jury-curator,  zijn het dus de kunstwerken zelf die hun verhaal uitdragen. Onderstaande teksten zijn vooral het resultaat van een intensief kijkproces.    

Junya Sato, Memo, 2024

Junya Sato

Een gigantisch vel papier is met twee houten balken tegen de muur bevestigd. Op dit grote, monumentale werk staan twee zinnen: ‘- magere kwark’ en ‘- 3 worsten’. Hoewel in eerste instantie aan ons zicht onttrokken, blijkt aan de binnenzijde van het omgekrulde papier ook nog enkele woorden te staan, zoals ‘olijfjes’, ‘cola’, ‘rijst’ en ‘roerbakkruiden’. Kunstenaar Junya Sato lijkt een alledaags boodschappenbriefje in het museum te hebben achtergelaten. Vanwege de grootte en de plaatsing in een museum wordt je aan het nadenken gezet. Wat van een afstandje snel neergekrabbelde woorden lijken te zijn, blijken van dichtbij nauwkeurig met pen getekende kunstwerken. ‘Niets is wat het lijkt’ staat bij de uitleg van deze ruimte die door kunstenaar Pablo Hannon is ingericht, geschreven. Je lijkt door Sato bewust op het verkeerde been te worden gezet om na te denken over de perceptie van alledaagse dingen.

Sophie Hana, Zonder titel, 2023
Sophie Hana, Zonder titel, 2023

Sophie Hana

In dezelfde ruimte heeft Pablo Hannon diverse kunstwerken op de grond gelegd. Dunne, houten plankjes dienen hierbij als sokkel. Zo ook voor het werk van Sophie Hana. Met krijt heeft zij al krassend en vegend een berglandschap weergegeven. De ranke, hoge bergen zijn op hun toppen van bomen voorzien. Niet alleen de vereenvoudigde tekenwijze, maar ook het kleurgebruik zorgt ervoor dat het landschapstafereel verder geabstraheerd wordt. De tekening is op een felgele achtergrond gemaakt, die door de grijze kleur van de bergen en de blauwe lucht heen schemert. Deze kleur is sfeerbepalend en doordrenkt het werk met een unheimisch gevoel, zonder dat je daar precies je vinger op kunt leggen. De keuze om het werk plat op de grond te exposeren, zorgt ervoor dat je rondom de tekening kunt wandelen en deze vanuit diverse aanzichten kunt bekijken. Zodra de figuratieve voorstelling bij een ander aanzicht wegvalt, ga je je als kijker meer concentreren op het spel van lijn en kleur. Met deze presentatiewijze lijkt Hannon nogmaals te zinspelen op perceptie en hiervoor bewust een spel te spelen met het publiek. Al wandelend en ronddwalend door de ruimte wordt het publiek uitgedaagd op een nieuwe manier naar deze werken te kijken.

Vincent Wolff, Don’t scream at me, 2023

Vincent Wolff

Een derde tekening in deze ruimte is gemaakt door Vincent Wolff. Op een takje dat uit het raam steekt, balanceert een roze vel papier. Van dichtbij is te zien dat het papier in vieren is gevouwen en daarna weer is open gestreken. Op het werk lijkt een tekening van een hart te staan, waarbij de lijnen verder doorlopen dan normaal. Deze tekening blijkt niet op het papier, maar in het papier te zijn aangebracht, als een watermerk. In eerste instantie moet ik daardoor aan een liefdesbrief denken, die zojuist stiekem door het raam is geduwd. Maar als ik wat langer kijk, lijkt er meer aan de hand. Het stokje waarop het vel papier balanceert, steekt als een fallussymbool uit het raam. Naast dat de tak het werk (letterlijk) ondersteunt, lijkt het ook te verdelen. De tak loopt precies door het midden van het hart en ook de zijtakjes – die aan stekelige punten doen denken – lijken de mierzoete liefdesboodschap te ondermijnen. Bij het bekijken van het hart, moet ik bij de bovenkant plotseling aan de buste van een vrouw en bij de onderkant aan de testikels van een man denken. Opnieuw wordt onze perceptie op het spel gezet. Het roept onzekerheid en spanning op. Dat wat bekend en veilig aanvoelde, wordt plotseling aangetast. De werken in deze ruimte wringen.

Melanie Ouwehand, I draw, so I feel, 2023

Melanie Ouwehand  

Kunstenaar Han van Wetering heeft voor een meer salonfähige opstelling gekozen. De muur van zijn ruimte hangt van vloer tot plafond vol met divers werk. Grote foto’s, schilderijen en textielwerk roepen direct de aandacht. Maar mijn oog valt toch op een wat meer bescheiden tekening, die vrij laag bij de grond hangt. Het is een werk van Melanie Ouwehand, die al tekenend met (kleur-)potlood en zwarte marker, een fantasiefiguur heeft weergegeven, die het midden houdt tussen mens en dier. Het doet mij denken aan een surrealistische cadavre exquis, waarbij de losse onderdelen van origine niets met elkaar van doen hebben, maar wel samenkomen in één beeld.

Terwijl het lichaam van de figuur menselijk is, heeft het hoofd iets reptielachtigs. De puntige tanden, het half dichtgeknepen oog en de tong die uit de mond hangt, geven het wezen iets dreigends. Dit gevoel wordt versterkt doordat de kunstenaar met stift heeft gewerkt, dat hard en krachtig overkomt. Er ontstaat een groot contrast met het lijf, dat Ouwehand met honderden fijne kleurpotloodlijntjes heeft opgezet en daardoor juist een zachte uitstraling heeft.

In het midden van het lichaam heeft de kunstenaar opnieuw met marker gewerkt, waarmee ze ditmaal een baarmoederachtige vorm heeft aangebracht. In de duisternis van het zwart, onthult zich een met potlood getekende figuur, die de vorm van een worm heeft. Aan de rechterkant van haar lichaam lijkt eenzelfde vorm te zien. In deze baarmoederachtige vorm lijken echter niet één, maar drie embryo’s aanwezig. Vruchtbaarheid lijkt het thema in deze tekening te zijn.

De titel van deze tekening is ‘I draw, so I feel’. Het doet denken aan de uitspraak van René Descartes: ‘Cogito, ergo sum’ (ik denk, dus ik ben). Terwijl Descartes twijfelde aan ware kennis, behalve dat zijn vermogen tot getwijfel bewijst dat hij als persoon bestaat, lijkt ook Ouwehand met haar titel een stukje zelfbewustzijn en introspectie aan te duiden. Ze tekent, wat zou bewijzen dat ze intuïtieve gevoelens en emoties heeft.

Engel Pluck, Ashes to Ashes, 2024

Engel P-luck

In de ruimte ernaast heeft Maartje Korstanje het werk van Engel Pluck uitgekozen. Korstanje liet zich vooral leiden door materiaalgebruik en werkwijze, alsook door groei- en vervalprocessen bij haar selectie. De keuze voor een recycle-symbool lijkt daar overduidelijk binnen te passen. Zonder verdere informatie kreeg ik gelijk het gevoel dat het werk van as moest zijn gemaakt. Aangezien het werk mij verder niets ander dan de titel ‘Ashes to ashes’ bood, heb ik een uitzondering gemaakt en het werk gegoogeld. Al snel kwam ik erachter dat P-luck het as van diens eigen verbrand haar heeft gebruikt, nadat dit volledig was afgeschoren. De keuze om diens HAAR letterlijk te verbranden en te recyclen, lijkt de queer identiteit waarmee hen zich identificeert taalkundig te onderstrepen. Een eenvoudig recycle symbool krijgt een diepe, emotionele lading, die in dit geval wel achtergrondinformatie vereist.  

Sarah Atzori De Bruin, Homeward, 2024

Sarah Atzori De Bruin

Een steegje waar je liever niet doorheen wil lopen. Met die gedachte in zijn achterhoofd, koos kunstenaar Jan Hoek zijn werken uit. Een van die werken is een aquarel van Sarah Atzori De Bruin. Ze toont een woonkamer met een prachtig tapijt, bank en wandkleed, die echter grotendeels overschaduwd wordt door een vieze, grijze rookwolk. Een vrouw zit op de bank. Haar hoofddoek en roze gewaad lijken in ieder geval te verraden dat het om een vrouw gaat, terwijl haar gele, hoekige gezicht, haar harige benen en haar sokken en sandalen, ook anders kunnen worden geïnterpreteerd. Wat in eerste instantie een alledaagse setting lijkt te zijn, krijgt een somber tintje. De asbak voor de vrouw onthult dat er al vele sigaretten zijn gerookt. Ik vraag mij af van wie het kopje is dat midden op de tafel staat. Zou het van iemand anders zijn geweest die de vrouw heeft verlaten? En rookt de vrouw nu haar verdriet weg? In ieder geval wordt duidelijk dat de afgebeelde vrouw zich niet goed voelt. Het werk straalt weemoed uit. Alsof alle hoop verloren is. De grijze mist bedekt langzaam de vrolijke, warme kleuren van de huiskamer. De eerste rookwolken verschijnen zelfs voor de vrouw. Het zal niet lang meer duren voordat ze haar omgeving en zichzelf letterlijk in rook op laten gaan.

Boris Deben, R.A.G.E., 2024
Boris Deben, R.A.G.E., 2024
Boris Deben, R.A.G.E., 2024

Boris Deben

In datzelfde donkere steegje staat een werk van Boris Deben. Hoewel zijn ruimtelijk werk niet snel als tekening zal worden aangemerkt, wil ik het kort aanhalen, aangezien tekenen onderdeel van zijn installatie is. Debens installatie bestaat uit een bureau met een computer. In de bureaustoel zit een metalen buis bevestigd, met aan het uiteinde een rode bokshandschoen in de vorm van een hoofd. Om de zoveel tijd wordt deze constructie in beweging gebracht, zodat het rode hoofd op het toetsenbord slaat. Het lijkt bijna een wanhoopsdaad van een man die genoeg heeft van de dagelijkse sleur van zijn kantoorbaan. Op het toetsenbord heeft de kunstenaar herhaaldelijk de letters W, T en F geschreven, die onmiskenbaar naar de uitspraak ‘What The Fuck’ verwijzen. Ook op de laptop komt deze zin herhaaldelijk terug. Terwijl Deben het toetsenbord met verf of Tipp-Ex lijkt te hebben bewerkt, heeft hij voor de laptop in plastic gekrast. Niet alleen de letters van het toetsenbord heeft hij op deze manier uitgebeeld, maar ook het beeldscherm met achtergrond, taakbalk en bestandsmappen heeft hij al krassend in het plastic weergegeven. Zelfs de computerbehuizing is van tekeningen voorzien. Dit krassen in voorwerpen roept direct connotaties van vernieling en vandalisme op. De keuze om op deze manier te tekenen lijkt de rest van zijn werk te ondersteunen.

Wim Moorman, Prodent, 2023

Wim Moorman

Het zou van een afstandje gezien zomaar een flyer voor een tandpastamerk kunnen zijn. Toch zou Prodent waarschijnlijk niet blij zijn met deze ‘reclame’. Kunstenaar Wim Moorman tekende niet alleen de bekende tandpastatube, maar hij heeft ook een kritische beschrijving toegevoegd. In zijn tekst veroordeelt hij de aantasting van dit banale product, die het gevolg zou zijn van een toegenomen keuze aan tandpastasoorten. Naast de kritiek op de tandpasta, geeft hij kritiek op zijn eigen tekst. Met pijlen en accolades voegt de kunstenaar her en der zijn opmerkingen toe. Het zorgt voor een stukje zelfspot en humor, waarmee hij duidelijk lijkt te maken dat je zijn werk met een knipoog mag bekijken. Moorman laat je nadenken over zaken die normaal niemand op zullen vallen. Jurylid en curator Karina Beumer zocht naar werken die een speelse en soms banale invalshoek hebben om het alledaagse van het bestaan in twijfel te trekken.

Johan Helder, 2 boerderijen, 2024

Johan Helder

Deze existentiële invalshoek zit ook in het werk van Johan Helder, dat in dezelfde ruimte is te zien. Op een zwarte achtergrond heeft hij een landschap getekend. De kunstenaar heeft twee boerderijen met rode kappen op de horizon geplaatst. Ze worden omringd door hoge, kale bomen, en staan in een groen graslandschap. Tot zover een vrij normaal landschap zou je zeggen. Toch gebeurt er iets aparts in dit beeld. De zwarte ondergrond laat de tekening automatisch in een nachtlandschap veranderen. Normaal gesproken zouden details dan niet te zien zijn, maar mogelijk zorgen de witblauwe hemellichamen in de lucht voor verlichting. Het zijn deze witblauwe bollen die tevens voor verwarring zorgen. ‘Zouden het planeten zijn? Of zijn het grote druppels water?’ In het gras zijn zelfs reflecties van ze te zien. Als beschouwer staan we van een afstandje, achter een hoge rietkraag toe te kijken. Alsof we naar een andere wereld kijken die niet van ons is.

               Zoals gezegd lijkt er in dit werk een existentiële boodschap verstopt. De kleine boerderijen tegenover de grote bomen en het immense universum laten je nadenken over de nietigheid van het bestaan. De hemellichamen doen tevens aan zeepbellen denken, die op ieder moment uiteen kunnen spatten. Het roept spanning op, aangezien het zomaar voorbij kan zijn. Mogelijk is het werk een metafoor voor het leven van de mens. Hoewel we van ons lot bewust zijn, houden we ons voor nu nog even schuil achter de rietkraag.

De Limburg Biënnale is zowel in het Odapark (Venray) als in Marres (Maastricht) nog t/m 25 augustus te zien.