Was getekend… documenta 15

Over de 15de documenta is veel gezegd en geschreven. Daarom heb ik lang getwijfeld of ik ook mijn zegje moet doen. Een ‘tentoonstelling’ (bij gebrek aan een betere benaming, hoewel ik mij ervan bewust ben dat ook deze term beladen en in deze context wellicht onbruikbaar is) die georganiseerd is om de fundamentele waarden van de westerse kunstwereld en kunstinstituten te bevragen, roept natuurlijk ook om een nieuwe manier van kijken, beoordelen en bespreken. En kan ik als individu, opgeleid binnen de westerse kunstwereld, mij daarin mengen? Het zorgt voor verwarring, en dat is ook precies het gevoel waarmee ik Kassel binnenkwam en uiteindelijk weer verliet.

Documenta 15 (Fridericianum), foto: Sandra Mackus

Lumbung

De gastheer van het Fridericianum is het Indonesische, educatieve collectief Gudskul (dat door drie andere collectieven uit Jakarta is samengesteld: ruangrupa, Serrum en Grafis Huru Hara). In één van de eerste zalen hangt een groot spandoek waarop het collectief zijn waarden heeft geschreven. Onder andere humor, onafhankelijkheid, aandacht voor het lokale en duurzaamheid staan in rode letters genoteerd. In grote oranje vlakken staan de manieren waarop deze waarden bereikt kunnen worden: door het maken van vrienden en door van hen te leren, door het ecosysteem te ontdekken, kennis te delen en door middel van artistieke conversaties.

Het werken in lokale, collectieve groepen waarin kennis wordt gedeeld, gegenereerd en verder verspreid, is dé hoofdmoot van deze documenta. Gudskul oppert een nieuw leermodel: Temujalar School. Door middel van ontmoeting (Temu) en verspreiding (Jalar) wordt een nieuw model geïnitieerd waaraan kunstenaars, kunstcollectieven en ander initiatieven uit de hedendaagse kunstwereld kunnen deelnemen en met elkaar in contact komen. Er is zelfs een online platform (Temujalar – Online Art Collective Ecosystem).

Er hangen nauwelijks schilderijen in het Fridericianum. Het is vooral een speelruimte geworden, waar workshops, lezingen en allerhande activiteiten worden gehouden. Deelnemende kunstenaars kunnen zelfs eten en slapen in het gebouw, waar normaal de grote namen uit de westerse kunstwereld te zien zijn. Het gebouw is een soort ‘lumbung’ geworden – een Indonesische term die direct vertaald ‘rijstschuur’ betekent – en waar in Indonesië overtollig graan wordt opgeslagen voor de gemeenschap. Het is deze praktijk die het Indonesische kunstenaarscollectief ruangrupa – de artistiek leider van documenta 15 – uitdraagt.      

Documenta 15 (Fridericianum), foto: Sandra Mackus

Zonder naam

Aandacht voor het collectief betekent opoffering van het artistieke individu. Ik kan dan ook geen naam plaatsen bij bovenstaande tekeningen, wel een collectief waartoe de maker behoort: het Tunesische Siwa plateforme. Wat opvalt zijn de ogenschijnlijke kiekjes van mensen op het strand. Een hand met een betekend papiertje verandert de kiekjes in nieuwswaardige gebeurtenissen. De zonnebadende jongens veranderen in aangespoelde vluchtelingen en ook het getekende bootje doet vermoeden dat de jongens – die hoogstwaarschijnlijk staand op het strand poseren – vluchten. De natuurgetrouwe tekeningen in zwart-wit geven de foto een nostalgische laag: alsof de tekeningen inzicht geven in gebeurtenissen die in het verleden hebben plaatsgevonden.

Documenta 15 (Fridericianum), foto: Sandra Mackus

Naast de foto’s met tekeningen aan de wand, liggen op een tekentafel vlakbij nog twee andere werken. Ook hier wordt iets, dat in eerste instantie onbeduidend lijkt, tot onderwerp van het werk gemaakt. De twee zwarte roetvlekken op de vellen papier worden door de personen in de voorstelling benadrukt. Wat eerst een toevallige vlek leek, maakt plots deel uit van het werk en doet binnen de context van de tekening aan een kogelschot denken.      

Documenta 15 (Rural School of Economics), foto: Sandra Mackus

Participatie

Aan de Hafenstraẞe 76 in Kassel worden diverse tekenworkshops georganiseerd: van geologisch tekenen in het Ottoneum (natuurhistorisch museum in Kassel) tot een ‘herteken workshop van de economie’. De workshops maken deel uit van de Rural School of Economics, die oproept om tot nu ondergewaardeerd gebleven kennisbronnen aan te spannen en deze te koppelen aan de huidige economie en ons gebruik van land. Er wordt uitgegaan van trans-lokaal leren: oftewel kennis die je opdoet in je lokale gemeenschap, wissel je uit met de rest van de wereld (en vice versa). Ook al hangen er een aantal getekende resultaten in de ruimte, het gaat de initiatiefnemers om het meedoen aan de workshops – om het communiceren en het uitwisselen van kennis en ervaring –  en niet om de esthetische resultaten. 

Documenta 15 (Atelier Goldstein), foto: Sandra Mackus
Documenta 15 (Atelier Goldstein), foto: Sandra Mackus
Documenta 15 (Atelier Goldstein), foto: Sandra Mackus

Neurodivers werk

In het Hübner-Areal zijn diverse tekeningen van kunstenaars met verschillende neurodiversiteiten getoond. Op meerdere plekken in de documenta worden werken van kunstenaars getoond, die normaal als ‘outsider art’ worden getypeerd en niet tot nauwelijks in reguliere tentoonstellingen zijn opgenomen. In het Hübner-Areal presenteert het Duitse Atelier Goldstein diverse werken van haar leden, waaronder een aantal tekeningen. Ook hier weer geen namen of titels, enkel diverse werken: natuurgetrouw, illustratief en abstract.

Celyn Bricker, Lighthouse, 2022, glas, UV-inkt, UV-licht, 45 x 45 cm.

In hetzelfde gebouw zijn UV-tekeningen te zien, die enkel met speciaal licht tevoorschijn komen. En plotseling staat er ook een naam: Celyn Bricker (1989). Het werk van de Britse kunstenaar hangt bij het Wagiwagi project, waarin onderzoek wordt gedaan naar de samenhang tussen stadsontwikkeling en ecosystemen in Taiwan en Indonesië. Los van dit project kaart ook Bricker met zijn kunststudio CELU milieukwesties aan. Zo ontwikkelde hij schilderijen die luchtvervuiling kunnen verminderen en toont hij op de documenta werk uit zijn serie Lighthouse (2021), dat moet voorkomen dat vogels tegen de ruiten van wolkenkrabbers vliegen. De tekening op het glas – dat zonder licht transparant lijkt – is enkel voor vogels (en met UV-licht) zichtbaar. Op de glazen verschijnen tekeningen van botanische planten.   

Documenta 15 (Raychel Carrión), foto: Sandra Mackus
Documenta 15 (Raychel Carrión), foto: Sandra Mackus
Documenta 15 (Raychel Carrión), foto: Sandra Mackus

Surrealistisch

In de documentahalle is werk van de Cubaanse kunstenaar Raychel Carrión te zien. Twee grote werken hangen aan de muur. Bovenin is een potloodtekening van een kluwen handen en armen te zien, die een potje Twister lijken te spelen. Beneden komt een groep schoolkinderen uit een futuristisch gebouw. De monden van de kinderen zijn aangepast. Hoewel het moeilijk zichtbaar is, lijken delen van de mond afwezig, waardoor de tong en het gebit zichtbaar zijn.

Net als bij de kluwen handen en armen, is ook in het werk met de schoolkinderen iedere context afwezig. Pas een zaal verderop wordt duidelijk waar de beelden vandaan komen. Carrión toont hier zijn serie tekeningen, waarin hij dagelijks een nieuwsbericht van het officiële mediakanaal van het Cubaanse regime toont. Hier zijn elementen te herkennen die hij in de grote werken heeft verwerkt. Zo blijkt het gebouw waar de schoolkinderen uitkomen een sterk uitvergrote sirene van een auto te zijn en lijkt hij de monden van de kinderen gebaseerd te hebben op een tekening van een kind dat een pen in haar mond heeft. Los van iedere context krijgen de hyperrealistische tekeningen een surrealistisch tintje. 

Documenta 15 (Score for a Procession (2022), Alice Yard en Marlon Griffith), foto: Sandra Mackus
Documenta 15 (Score for a Procession (2022), Alice Yard en Marlon Griffith), foto: Sandra Mackus

Persoonlijke tekening

De enige vorm van participatie waaraan ik op de documenta heb deelgenomen is het werk Score for a Procession (2022) van het kunstenaarscollectief Alice Yard en kunstenaar Marlon Griffith (1976). Voor dit werk moest je op een afgezonderde plek zitten, je ogen sluiten en je hand op je borst leggen. Op het papier dat op de tafel voor je lag, moest je vervolgens met je vrije hand het ritme van je hartslag vastleggen met een pen. Je werd zelfs aangespoord om actief je hartslag te verhogen om uiteindelijk de volledige pagina met strepen te bedekken. Aangezien mijn hartslag zo laag was, had ik uren kunnen zitten voordat mijn blad gevuld was geweest (op Griffiths website is overigens te zien dat in eerste instantie penseel en inkt werd gebruikt, wat de snelheid van het werkproces aanzienlijk bevordert). In ieder geval wordt duidelijk dat Griffith ons met zijn werk ons eigen lichaam wil laten ervaren. Als bezoeker maak je deel uit van je eigen, persoonlijke miniperformance, waarmee je onderdeel wordt van een groter geheel. 

Documenta 15 (Fridericianum), foto: Sandra Mackus

Documenta 15 (Fridericianum), foto: Sandra Mackus
Documenta 15, stationsplein Kassel, foto: Sandra Mackus

En nu?

Hoewel tekeningen en andere kunstvormen überhaupt weinig aanwezig zijn op de 15de documenta, zijn ze er wel. Sterker nog, de stoeptegels bij de ingang van het station alsook de zuilen van het Fridericianum zijn betekend. Het zijn met name (politieke en activistische) statements die her en der van een eenvoudige tekening zijn voorzien. Ze maken duidelijk dat het publiek aan zet is. De 15de documenta is niet bepaald een tentoonstelling waar je keuvelend, met de armen over elkaar langs een esthetisch bevredigend kunstaanbod loopt. De werken (als ze er al zijn) wringen, confronteren en verbazen. Met de vraag ‘wat nu?’ laat ik ietwat gedesoriënteerd, Kassel weer voor vijf jaar achter mij.