Was getekend… Houtskool x 9 kunstenaars (Rijksmuseum Twenthe)

In het najaar van 2022 en in het voorjaar van 2023 kwamen 10 kunstenaars bijeen in het Duitse stadje Rheine, om gezamenlijk aan het werk te gaan in het voormalige kloostercomplex Kloster Bentlage. In de blog Was getekend… houtskool (Kloster Bentlage) (zie: Was getekend… houtskool (Kloster Bentlage) (sandramackus.nl)) beschreef ik het werk van alle kunstenaars, die elk op hun eigen manier gebruikmaken van houtskool. Tijdens de residentie in Duitsland werden ateliergeheimen gedeeld en lieten de kunstenaars zich door elkaar inspireren te midden van een prachtige, bosrijke omgeving. 

Bijna een jaar later wordt op initiatief van beeldend kunstenaars en curatoren Emmy Bergsma en Lisanne Sloots opnieuw een tentoonstelling georganiseerd, ditmaal in Rijksmuseum Twenthe (Enschede). In deze tentoonstelling wordt duidelijk dat de residentie de kunstenaars niet onberoerd heeft gelaten. Nieuwe inzichten en werken die tijdens en na de werkperiode tot stand zijn gekomen, zijn in deze tentoonstelling te zien naast reeds in Rheine geëxposeerde werken.

Waar in Rheine nog de beslotenheid en intimiteit van de residentie voelbaar was – wat mede veroorzaakt werd door de kleinere expositieruimte, de context van het klooster en het bos waar verschillende werken waren ontstaan – ademt de tentoonstelling in Rijksmuseum Twenthe een andere sfeer. De context van het museum zorgt ervoor dat je de werken (zowel letterlijk als figuurlijk) met wat meer afstand kunt bekijken. Ondanks dat dezelfde (ditmaal) 9 kunstenaars werk presenteren, is er weer een andere tentoonstelling ontstaan.   

Op het moment dat ik de tentoonstelling bezocht, viel deze mooi samen met de expositie ‘Onderweg naar Bentheim’ die (tot en met 4 februari) in de zaal ernaast was te zien. Kunstenaars als Ruisdael, Hobbema en Waterloo trokken net als de 9 hedendaagse ‘houtskoolkunstenaars’, naar het oosten en net voorbij de grenzen van ons land. Al tekenend legden ze onder andere karakteristieke huizen, kastelen en watermolens vast, ter inspiratie voor later werk. Het maakt duidelijk dat de kunstenaars deel uitmaken van een lange traditie.

Agatha van Amée, One step out of pace, 2022, houtskool op papier

Agatha van Amée

In Rheine was de tekening A light breeze comes across the room (2022) van Agatha van Amée te zien. In mijn vorige blog schreef ik over hoe de witruimtes in dit werk de mogelijkheid bieden om als beschouwer door het werk te dwalen. Daarmee verschilde deze grote tekening van de kleine, ruimtelijke kijkdoosjes die de kunstenaar ook in Kloster Bentlage tentoonstelde – en waar je met je ogen letterlijk in rond kunt dwalen. In Rijksmuseum Twenthe is de grote tekening opnieuw te zien, maar ditmaal bedekt het de achterste wand van een ruimtelijke installatie. Daarmee hebben haar intieme kijkdoosjes een monumentaal formaat gekregen, waardoor je als beschouwer letterlijk de tekening binnen kunt wandelen. De witruimtes van het blad zijn verlengd naar de ruimtes tussen de (bij gebrek aan een betere benaming) ‘rekwisieten’, die vrij in de ruimte staan opgesteld.

De zorgvuldig weergegeven objecten doen enerzijds sprookjesachtig aan – alsof je door een Alice in Wonderland wereld loopt waarin spullen groter dan normaal zijn. Anderzijds lijken het, binnen de context van het werk van Van Amée flarden van herinneringen, alsof je door de krochten van de menselijke ziel loopt. Zodanig dat het erop lijkt dat je her en der iets tegenkomt, maar niet meer goed weet waar je het van (her-)kent. De drie tekeningen waartussen de rekwisieten staan opgesteld, lijken een soort architectonisch kader te bieden. De witruimtes binnen deze tekeningen zorgen er echter voor, dat het lijkt alsof de ruimte verder gaat dan de fysieke tentoonstellingswanden. Je wordt uitgenodigd om door de monumentale kijkdoos te dwalen, waarin je voortdurend wordt verrast en je letterlijk de ruimte krijgt om te ontdekken en te ontraadselen.

Jitske Bakker, Dwalingen, installatie Rijksmuseum Twenthe.

Jitske Bakker

Kunstenaar Jitske Bakker speelt ook met de ruimte in haar werk. Bij binnenkomst van de tentoonstelling is al gelijk haar werk Dwalingen te zien, waarmee ze de bezoeker visueel lijkt te begeleiden bij het betreden van de tentoonstellingsruimte. Doordat ze haar getekende, organische lijnen heeft uitgeknipt en op de museumwand heeft opgeplakt, lijkt het alsof haar tekening zich heeft losgemaakt van de drager; het papier. Als bij verse sporen in de sneeuw, kun je de stappen die haar getekende lijnen afleggen, op de voet volgen. Doordat ze letterlijk een paar keer de hoek omgaan, verandert de vlakke tekening in een ruimtelijke installatie, zonder dat de tekeningen van zichzelf ruimtelijk zijn, maar enkel uit platte lijnen bestaan.

Jitske Bakker, Expansie, 2022

In Kloster Bentlage waren al een aantal van haar reliëfsculpturen op kleinere schaal te zien. In Rijksmuseum Twenthe krijgt Bakker de ruimte om een monumentaal werk te presenteren. Aan de titel Expansie hoeft eigenlijk niets meer toegevoegd te worden. Aan de wand hangen twee grote, grijze lijsten. Onder, over en tussen deze lijsten groeien, bloeien, woekeren en / of kruipen twee organische structuren van met houtskool betekende papier. De structuur geeft ze iets rotsachtigs, terwijl het dunne papier ze tegelijkertijd vederlicht maakt. Het werk lijkt haast levend, alsof de papieren uitlopers hun weg door het museum banen en her en der wat sporen achterlaten.   

Susanne von Bülow, Windsbride, 2023, gemengde technieken inclusief uitsneden van houtskool op karton

Susanne von Bülow

Naast haar serie Harvester, die Susanne von Bülow ook in Kloster Bentlage tentoonstelde, zijn in Rijksmuseum Twenthe een aantal nieuwe werken te zien, die volledig af lijken te wijken van haar eerdere serie. Waar de mens in de eerste serie niet letterlijk aanwezig was, maar enkel gestalte kreeg in de gestalte van (oogst-)machines die de natuur verwoesten, is deze prominent aanwezig in haar nieuwste werken. Toch is de aanwezigheid van de mens niet nieuw in het werk van Von Bülow – integendeel zelfs. Het is de bijzondere toevoeging van haar houtskoolexperimenten, die vernieuwend zijn.

Tegen één tentoonstellingswand hangen drie verticale vellen papier, met daarop dezelfde vrouwelijke figuur. De vrouw is naakt en met gesloten ogen weergegeven. Ondanks dat deze figuur op alle drie de werken hetzelfde is, zijn de werken zeer verschillend. Met houtskool heeft de kunstenaar haar werken bewerkt. Zo heeft ze fijngemalen houtskool vanaf de bovenkant van het blad naar beneden laten dwarrelen, waardoor verticale sporen zichtbaar worden. Daarnaast heeft ze de verpulverde houtskool met een borstel uitgestreken. Ze maakt gebruik van het diverse karakter van het materiaal en werkt zowel transparant als dekkend. Niet alleen beeldend, heeft de toevoeging van de houtskool invloed op (de betekenis van) haar werk, maar ook het materiaal zelf lijkt van symbolische betekenis te zijn. Zo wordt fijngemalen houtskool gebruikt als hulpmiddel bij een vergiftiging, door zijn absorptievermogen. ‘Zouden we de toevoeging daardoor als een soort reiniging kunnen opvatten? Of geeft Von Bülow het materiaal terug aan het lichaam, aangezien de mens voor een deel uit koolstof bestaat?’

Fabrice Cazenave, The garden of shadows, 2023, houtskool en bleekmiddel op stof

Fabrice Cazenave      

Van een afstandje moest ik aan een zwart-wit versie van een cyanotype denken, maar van dichtbij blijkt dat Fabrice Cazenave heel andere technieken heeft gebruikt om dit monumentale werk op stof te maken. Tijdens een gesprek met de kunstenaar onthult hij het zwarte katoen meerdere malen met (verschillende gradaties) bleekmiddel te hebben bewerkt. In Australië heeft hij het werk op de grond gelegd, om de schaduw van planten te registreren. Tijdens het tekenproces verschoof de zon, wat onbewust zijn werk beïnvloedde. Toch gaat het in dit werk niet alleen om dat registratieproces. Het zwart van het katoen omhult de fragiele schaduwen. Het lijkt alsof deze op ieder moment door de duisternis kunnen worden opgeslokt. Cazenave roept met dit werk het gevoel op, alsof je met een zaklamp door het bos loopt. Hij weet de spanning van dat moment voelbaar te maken. Hoewel hij een externe wereld weergeeft, gaat zijn werk vooral over innerlijke gewaarwordingen.     

Emmy Bergsma, Childhood garden, 2023-24, houtskool en kleurpotloden op rijstpapier
Emmy Bergsma, Childhood garden, 2023-24, houtskool en kleurpotloden op rijstpapier
Emmy Bergsma, Childhood garden, 2023-24, houtskool en kleurpotloden op rijstpapier

Emmy Bergsma

Tijdens de tentoonstellingsperiode kun je soms ook een kunstenaar ter plekke aan het werk zien.  Zo lag tijdens de opening een groot werk van Emmy Bergsma voor een deel uitgerold op tafel. Het werk is nog niet af, maar je krijgt als bezoeker al een glimp van haar meterslange werk. In Childhood garden tekent ze net als Cazenave een natuurlijke wereld, die voor haar niet alleen interessant is vanwege zijn uiterlijke verschijning. Struiken, bomen en planten weet ze op een uiterst gevoelige wijze weer te geven. De invloed van de residentieperiode in Kloster Bentlage is terug te zien. In mijn vorige blog schreef ik al dat de kunstenaar door anderen was geïnspireerd om op rijstpapier te werken. Ook de lichtere, transparante manier van tekenen en de gelaagdheid in haar werk, lijken hieruit voort te komen. De verfijning en broosheid die deze manier van tekenen met zich meebrengt, past bij de titel van het werk. De kunstenaar lijkt met deze tekening terug te keren naar haar kindertijd, naar ervaringen en herinneringen van vroeger. Een tuin is een plek waar emoties, gevoelens, geuren, geluiden en gesprekken voorgoed verankerd liggen. Met de bomen en de struiken als stille getuigen van dat wat ooit geweest is. Die zintuiglijke ervaringen laten zich niet in realistische weergaven vastleggen. Het is de afwisseling van structuren, de hard- en zachtheid van het materiaal en het gebruik van kleur en toonverschillen, die het tot een ‘innerlijke tuin’ maken.     

Naast het werk van bovenstaande 5 kunstenaars is in de tentoonstelling ook het werk van Daniela Baumann, Gerben Dirven, Benjamin Nachtwey en Lisanne Sloots te zien.

De tentoonstelling is nog t/m 5 mei te zien in Rijksmuseum Twenthe