Was getekend… Kinke Kooi

Als winnaar van de Gerrit Bennerprijs (2023) heeft de in Leeuwarden geboren kunstenaar Kinke Kooi een overzichtstentoonstelling in het Fries Museum. Tot en met 30 maart zijn naast veel nieuwe werken, ook vroegere tekeningen te zien. Hoewel de onderwerpkeuze en haar tekenwijze nog altijd overeenkomen, verwerkt ze in haar latere tekeningen steeds meer details en zijn de werken ook een stuk complexer geworden. 

Kinke Kooi, Fatt Butt (1991), Greasy Sausage (1991)

In de eerste tentoonstellingszaal hangen twee vroege werken naast elkaar. De werken Fat Butt (1991) en Greasy Sausage (1991) tonen respectievelijk de achterkant van een vrouwenlichaam en een rookworst, die vanwege zijn gelobde uitstraling meer weg heeft van een darm en tevens de ronde vormen van het vrouwenlichaam resoneert. Waar normaal gesproken de aandacht uitgaat naar de voorstellingen zelf, speelt de omgeving waarin deze zich bevinden nu ook een belangrijke rol. Met eenzelfde arceertechniek heeft Kooi de restruimte gevuld. Door deze arceringen ietwat bol te maken, wordt de omgeving ruimtelijk. Het lijkt alsof de kunstenaar het vrouwenlichaam en de rookworst letterlijk heeft ingebed in zachte kussentjes. Dit beeld wordt extra versterkt door de lijst, die niet alleen de kleur, maar ook de gebolde vorm van de arceringen accentueert.

Kinke Kooi, Art and Science, 2013

Hoewel de roze kleur en de organische vormen al lichamelijke gevoelens oproepen, worden deze in haar latere werk prominenter. Zo is in een zaal verderop het werk Art and Science (2013) te zien, wederom op een oudroze geschilderde ondergrond, heeft ze met potlood een liniaal getekend die een zachte organische vorm binnendringt. Terwijl de liniaal fallische connotaties oproept, hebben de cirkels die de zachte, organische ruimte omringen, niet alleen iets weg van een sierlijke parelketting maar doen ze ook aan eicellen denken. Parels staan vaak symbool voor zuiverheid, reinheid en maagdelijkheid – kenmerken die geregeld aan (jonge) vrouwen worden verbonden. Ook de lijnen binnen de met parels omrande vorm, doen aan het kruis en de bovenbenen van een vrouw denken. Zonder expliciet te zijn, zijn de seksuele connotaties in het beeld overduidelijk aanwezig. In een recent opnieuw gepubliceerd interview uit 2015 geeft de kunstenaar aan dat ze vooral benieuwd was ‘hoe de ruimte om de liniaal eruit zou zien’ (1). Ze lijkt daarmee letterlijk de rand op te zoeken in haar werk, door tegenpolen naast elkaar te zetten: het mannelijke tegenover het vrouwelijke, het organische tegenover het geometrische, het harde tegenover het zachte, het binnenste tegenover het buitenste, en het reine tegenover het onzuivere. 

Kinke Kooi, Why Do Men Have Nipples, 2022

Tussen alle grote, doorwerkte tekeningen valt mijn oog op een heel klein tweeluik. In het werk Why Do Men Have Nipples (2022) heeft de kunstenaar vier cirkels getekend, die opnieuw zijn voorzien van parelranden. De ronde vormen, die in het midden worden geaccentueerd met een door parels omringde drukknop, doen twee aan twee onlosmakelijk aan borsten denken. De driehoekige tussenruimtes die worden opgevuld met schaduwen, maken de restruimte niet alleen ruimtelijk, maar refereren tevens aan vulva’s. Ook de oudroze kleur lijkt naar het vrouwelijke te verwijzen, maar is ditmaal enkel aan de rechterzijde van de tekening te zien. Het linkerdeel van het tweeluik heeft een lichtblauw geschilderde ondergrond en lijkt daarmee naar het mannelijke te verwijzen. Het is echter opmerkelijk dat de gedeeltes van de drukknop waarin het gat zit, zich aan de mannelijke zijde bevinden, terwijl de uitstekende gedeeltes van de drukknoppen op de roze ondergrond zijn bevestigd. Opnieuw roept de kunstenaar seksuele gevoelens op met haar werk. Toch lijkt dit vooral een bijkomstigheid in haar zoektocht naar omranding, waarvoor ze speelt met ruimte, restruimte en andere tegenstellingen.

Kinke Kooi, Geboorte van Venus, 2018

De omringende ruimte wordt in haar meer recente werken steeds gecompliceerder. In het werk Geboorte van Venus (2018) wordt een enorme organische vorm in oudroze kleur die in het midden van de tekening prijkt, door talloze kleurrijke bloemen, koralen, pareloesters, visjes, spermacellen en zelfs een strip van de pil, omringd. Hoewel deze elementen hun weg naar de organische vorm proberen te vinden, worden ze tegengehouden door een sierlijke parelketting. Naast dat de organische vorm aan een schede doet denken, lijkt de vorm ook deels de gestalte van Venus uit Sandro Botticello’s Geboorte van Venus (1483) te weerspiegelen. Ook het water waarin de organische vorm zich bevindt, de oesters en alle vrouwelijke verwijzingen lijken naar dit meesterwerk en de liefdesgodin te verwijzen. Je moet als kijker (in dit geval voelt het bijna letterlijk) in de huid van de tekening kruipen, om het werk te doorgronden. Door de hoeveelheid details die elk met evenveel precisie en aandacht zijn vastgelegd, worden deze van een afstandje ondergesneeuwd. Pas van dichtbij zie je hoe spermacellen de wateren bevolken en hoe restruimtes tussen de planten en koralen, wederom door vulva-achtige voorstellingen omringd door parels, worden opgevuld.

Detail Geboorte van Venus

Steeds vaker maakt Kooi tekeningen binnen een tekening, waarmee ze oneindige doorgangetjes en ruimtelijkheid weet te creëren. Zo is in de tussenruimte van een stuk wier, koraal of plant een kamertje te zien, dat normaal gesproken met behulp van een gordijn aan ons zicht onttrokken wordt. De kijker heeft geluk, het gordijn is opzij geschoven en we krijgen een inkijkje in een donkere woonkamer die vol met planten, een tafeltje en twee kasten staat. In de donkere ruimte schijnt een warme gloed, die afkomstig is van een boog (een groot muizengat) in de muur. Met summiere penseelstreken heeft Kooi ook deze ruimte ingevuld, hoewel de tekeningen te klein zijn om daadwerkelijk objecten te kunnen onderscheiden. Alleen de ietwat kleinere boog is herkenbaar en maakt duidelijk dat zich achter deze ruimte nog een kamer bevindt. Met behulp van het Van Nelle effect weet de kunstenaar een eindeloze ruimtelijkheid op te roepen binnen een minuscuul oppervlak van haar tekening.

Detail Geboorte van Venus

Bij deze minutieuze details behoren ook de teksten die de kunstenaar her en der met potlood heeft opgeschreven. Zinnen als ‘ik geloof in golfbewegingen’, ‘does God have a body’ en ‘why man stop wearing jewellery’, staan nauwelijks zichtbaar onder en tussen de voorstellingen geschreven. Sommige letters zijn nauwelijks leesbaar, deze zijn meerdere malen uitgegumd of er is overheen getekend, waardoor het meer persoonlijke gedachten van de kunstenaar lijken dan boodschappen die door de kijker gelezen moeten worden.

Detail Meditation on Gravity, 2013
Detail, Meditation on Gravity, 2013
Kinke Kooi, Meditation on Gravity, 2013

De teksten gaan echter wel degelijk over het werk, zo is aan de onderkant van het werk Meditation on Gravity (2013) onder andere de tekst ‘all the good koms from belo’ te lezen. In deze grote tekening is aan de onderkant een uitgeknipt detail uit een fotokopie van (waarschijnlijk) Jan van Eycks Madonna met kanunnik Joris van der Paele (1426) te zien. Hoewel de tekst een persoonlijke gedachtekronkel van de kunstenaar kan zijn, die opdoemde toen ze het werk aan het maken was, spoort de tekst de kijker ook aan om er verder over na te denken. ‘Belichaamt kanunnik Van der Paele het goede?’ en ‘waarom?’ Het lijkt alsof Kooi hier bewust voor een periode uit de kerkgeschiedenis kiest waarin pausen en tegenpausen elkaar tegenwerkten, waarmee ze niet alleen beeldend, maar ook inhoudelijk de randen probeert op te zoeken. Aangezien Van der Paele trouw was aan de paus in Rome en niet de door zijn stad erkende paus in Avignon, lijkt de prachtig gedecoreerde, massieve vorm – die met zijn volle gewicht op het hoofd van de kanunnik rust – hem niet alleen letterlijk maar ook figuurlijk te beknellen. De gouden gloed op de achtergrond, die het grootste deel van het blad beslaat, lijkt het verder positieve verloop van Van der Paeles carrière aan te geven, die uiteindelijk kanunnik werd.

Kinke Kooi, Bleeding mother heart (1992), Menstruating Woman (1992)
Kinke Kooi, Yielding to Yielding, 2015

Al in haar vroege werk liet Kooi zich openlijk inspireren door andere kunstenaars. Hierbij lijkt ze vooral naar Middeleeuwse kunstenaars en de Vlaamse primitieven te kijken. Terwijl ze in vroege werken als Bleeding mother heart (1992) en Menstruating Woman (1992) zichtbaar gebruik maakt van de christelijke beeldtaal maar deze naar haar eigen hand zet, gebruikt ze in haar latere werk details uit fotokopieën. Het gebruik van deze kopieën is niet altijd direct zichtbaar. In het werk Yielding to Yielding (2015) worden stukken van een rode mantel (die in de vroege Middeleeuwen voornamelijk voor Maria werd gebruikt) ingebed door parels en organische vormen die aan een baarmoeder doen denken. Bij het zien van de mantel moet ik aan de ‘Schutzmantelmadonna’ denken, wier mantel bescherming bood aan diegenen die dat nodig hadden. In het werk ontstaat de vraag ‘wie nu wie’ beschermt – de baarmoeder of de mantel? De titel Yielding to Yielding dat mogelijk als ‘toegeven en wijken’ of ‘inschikken en meegeven’ kan worden vertaald, lijkt dit onderlinge verband te benadrukken. Net zoals in al haar werken lijkt Kooi ook hier weer op het randje te balanceren. Omhullen en onthullen, binnen en buiten, ruimte innemen en ruimte geven, maar ook het spirituele en alledaagse worden samengebracht in dit werk. 

(1) Interview met KINKE KOOI – We Like Art